Het sterfgehalte van schrijvers is bovengemiddeld hoog: ze sterven wel een aantal doden per week, soms zelfs meerdere per dag. Hoezo dat? Is schrijven opeens een ontzettend gevaarlijke en extreme bezigheid? In zekere zin wel, wanneer je het bekijkt door de bril van literatuurcriticus Roland Barthes, die de auteur in 1968 ‘dood’ verklaarde. Hij suggereert wat slimme dingen over het schrijversvak en hoe tekstbegrip werkt, die ook voor jouw praktische en zakelijke teksten gelden.


Zodra een auteur een tekst heeft geschreven, heeft hij er geen invloed meer op


De auteur is dood

Toen literatuurcriticus Barthes de auteur dood verklaarde, kregen veel schrijvers het Spaans benauwd: hun wil was opeens geen wet meer. Maar wat betekent hun dood nu precies? Heel kort door de bocht zit het zo: zodra een auteur een tekst heeft geschreven, heeft hij er geen invloed meer op en gaat de tekst een eigen leven leiden. Wat de schrijver ook bedoelde, als een lezer er een heel andere boodschap uithaalt dan is die boodschap net zo legitiem als die van de auteur zelf; misschien nog wel meer zelfs. Nu is dit vooral een literatuurding. Maar is het ook buiten de literaire branche niet relevant om stil te staan bij hoe een tekst door je lezers geïnterpreteerd kan worden? En doe jij dat voldoende bij alles wat je de wereld in stuurt? Want schrijven wat je wil zeggen is één ding; schrijven wat je bedoelt, is een veel grotere uitdaging.

En weglaten wat je niet bedoelt; ach, breek me de bek niet open.


The Donald Rises

Even een voorbeeld van zo’n ‘dode schrijver’. De inauguratiespeech van President Trump was een big deal, net als zo ongeveer alles rondom de afgelopen Amerikaanse verkiezingen. Over de hele wereld keken mensen naar zijn eerste speech als ‘machtigste man ter wereld’, en vervolgens had iedereen er nog wat over te zeggen ook. Mijn favoriete kritiek op zijn speech kwam heel onverwacht en is een goede illustratie van Barthes’ opvatting ‘de auteur is dood’. Trumps speech had namelijk veel gemeen met die van slechterik Bane uit de Batmanfilm The Dark Knight Rises. Oeps. Luisteraars die een directe associatie met een superschurk en zijn kwade plannetjes leggen wanneer ze je speech horen; daar zit je waarschijnlijk (hopelijk) niet op te wachten als spiksplinternieuwe president.


Een schrijver is er om te schrijven, en een lezer is er om te lezen.


De rollen omgekeerd

Even samengevat: een schrijver is er om te schrijven, en een lezer is er om te lezen. Terwijl het om dezelfde tekst gaat betekent dat nog niet dat de lezer altijd leest wat de schrijver geschreven heeft. Oei. Wie maakt daar nog kaas van? Nou, dat is dus niet meer aan de schrijver. De betekenisgeving ligt volledig in de handen van de lezer. De schrijver wordt weggecijferd zodra zijn taak erop zit. De tijd van alwetende, onfeilbare schrijvers is voorbij: het ‘schrijver schrijft tekst die lezer leest’-motief is niet meer. Om je boodschap goed over te brengen moet je dus goed weten wie je lezers precies zijn. Een doelgroeponderzoek kan je verder helpen bij beslissingen in woordkeuze en formuleringen.


Wil je begrepen worden, dan moet de tekst op zichzelf begrijpelijk zijn.

De lezer leeft!

Jaja, ik kan het niet vaak genoeg benadrukken. Ik als schrijver ben alweer verleden tijd, en jij hebt het voor het zeggen. Mijn achtergrond verliest het van jouw voorkennis. Ik ben degene die rekening mag houden met jou, niet andersom. Mijn enige referentiekader is dat van mijn lezer, mijn eigen voorkennis moet ik toelichten. Zwaar werk, zo’n tekst schrijven ;). Wil je begrepen worden, dan moet de tekst op zichzelf begrijpelijk zijn. Dat vraagt om een begrijpelijke, leesbare structuur: hoe je lezer ook in je tekst verzeild raakt (via google, social media of via links op andere websites) en hoe hij je tekst ook leest (van top tot teen, scannend of halverwege binnenvallend). Ik kan als schrijver niet even naast je komen zitten om bij elke zin te zeggen wat ik er écht mee bedoel. Mijn tekst, mijn inhoud, moet ‘vanzelf’ spreken.